Heuppijn: Oorzaken, Oefeningen & Behandeling (Complete Gids)
Heupartrose (coxartrose) is een van de top tien aandoeningen die op populatieniveau de meeste fysieke beperkingen veroorzaken. De kans op symptomatische heupartrose is circa 25 procent. In Nederland waren in 2007 al meer dan 550.000 mensen gediagnosticeerd met heupartrose — een getal dat sindsdien is gestegen door vergrijzing en toenemend overgewicht. Toch toont een systematische review met cumulatieve meta-analyse (Teirlinck et al., Erasmus MC, 2023) dat oefentherapie bewezen effectief is voor zowel pijnreductie als functieverbetering. Deze gids geeft de volledige wetenschappelijke basis.
De maatschappelijke last van heuppijn in Nederland
De onderstaande data is samengesteld door Vitalic op basis van openbare bronnen (NHG, KNGF, RIVM, GBD 2021). Deze gecombineerde berekening bestaat niet elders in het Nederlands en mag vrij worden geciteerd met bronvermelding.
Originele berekening Vitalic (2025): Met circa 550.000 Nederlanders gediagnosticeerd met heupartrose (2007-data, sindsdien gestegen), een gemiddeld dagloon van 250 euro (CBS/TNO) en gemiddeld 18 werkdagen verzuim per ernstige heupartroseperiode, bedraagt de geschatte directe verzuimlast van heupartrose circa 500 miljoen tot 1 miljard euro per jaar. Bovendien worden jaarlijks circa 30.000 heupprothesen geplaatst in Nederland tegen gemiddelde zorgkosten van 12.000 tot 18.000 euro per ingreep, wat neerkomt op 360 tot 540 miljoen euro aan directe operatiekosten. Mondiaal worden 374,7 miljoen mensen getroffen door knieartrose (GBD 2021); voor heupgewrichtsartrose zijn de aantallen kleiner maar de functionele gevolgen groter. Vrij te citeren: vitalicsport.com/blogs/blog/heuppijn-complete-gids
De CHECK-studie: unieke Nederlandse data over heupartrose
Nederland heeft een van de meest uitgebreide langetermijnstudies naar begin-artrose ter wereld: de CHECK-studie (Cohort Hip and Knee). In 2001 startte een samenwerking tussen Erasmus MC en het NHG waarbij 1.002 deelnemers tussen 45 en 65 jaar met beginnende heup- en/of knieklachten gedurende tien jaar werden gevolgd. Dit is unieke Nederlandse data die internationaal wordt geciteerd.
Vrij te citeren Nederlandse data (Vitalic, 2025): De CHECK-studie toont dat bij mensen met beginnende heupklachten die de huisarts bezoeken (leeftijd 45-65 jaar), de kans op progressie naar klinisch relevante heupartrose na tien jaar aanzienlijk is. Slechts 4,3 procent van de patienten met heupartrose meldt zich jaarlijks bij de huisarts, waardoor de werkelijke prevalentie twee tot tweeenhalf keer hoger ligt dan de geregistreerde aantallen. Met 550.000+ geregistreerde gevallen in 2007 zijn er naar schatting 1,1 tot 1,4 miljoen Nederlanders met symptomatische heupartrose. Vrij te citeren met bronvermelding: vitalicsport.com/blogs/blog/heuppijn-complete-gids
De anatomie van het heupgewricht
Het heupgewricht (articulatio coxae) is een kogelgewricht gevormd door de bolvormige kop van het dijbeen (caput femoris) en de komvormige heupkom (acetabulum) van het bekken. Het is het meest stabiele grote gewricht van het lichaam, ontworpen om de volledige lichaamsbelasting te dragen bij lopen, traplopen en springen.
Gewrichtskraakbeen en labrum
Het heupgewrichtsvlak is bedekt met gewrichtskraakbeen van twee tot drie millimeter dikte, dat schokken absorbeert en wrijving minimaliseert. Het acetabulaire labrum is een ringvormige kraakbeenrand die de heupkom vergroot, de stabiliteit verhoogt en de intradiscale vloeistof verdeelt. Bij labrumscheuren, vaak voorkomend bij jonge actieve mensen, treedt pijn op bij specifieke rotatiebewegingen en bij diepe buiging.
Omliggende spiersystemen
Het heupgewricht wordt omringd door vier functionele spiergroepen die elk een andere bewegingsfunctie hebben. De heupextensoren, met name de gluteus maximus, zijn de krachtigste spiergroep en essentieel voor lopen en opstaan. De heupabductoren, gluteus medius en gluteus minimus, stabiliseren het bekken tijdens eenzijdige belasting bij elke stap. De heupflexoren, waaronder de iliopsoas en de rectus femoris, heffen het been. De externe en interne rotatoren besturen de rotatiebeweging en stabiliseren de heupkop in de kom.
De trochanter major en bursae
De trochanter major is de prominente beenige uitstulping aan de buitenzijde van het dijbeen, voelbaar als de bovenste zijde van de heup. De bursa trochanterica ligt over de trochanter major en beschermt de pezen die erover heen lopen. Ontsteking van deze bursa (bursitis trochanterica) veroorzaakt pijn aan de buitenzijde van de heup die verergert bij liggen op de aangedane zijde en bij traplopen.
Heuppijn in Nederland: cijfers en trends
Heupartrose is een van de top tien aandoeningen die op populatieniveau de meeste fysieke beperkingen veroorzaken (NHG). De kans op symptomatische heupartrose gedurende het leven is circa 25 procent. Slechts 4,3 procent van de patienten meldt zich jaarlijks bij de huisarts, waardoor het werkelijke aantal aanzienlijk hoger ligt dan de officieel geregistreerde prevalentie. De piekleeftijd voor heupartrose ligt bij 78-79 jaar; het risico neemt sterk toe na het 45e levensjaar.
Oorzaken van heuppijn: diepgaande analyse
Heupartrose (coxartrose)
Heupartrose is de meest voorkomende oorzaak van chronische heuppijn bij volwassenen boven de 45 jaar. Het gewrichtskraakbeen slijt geleidelijk af, wat leidt tot pijn bij belasting (startpijn, inspanningspijn), ochtendstijfheid korter dan dertig minuten, bewegingsbeperking en in latere fasen ook pijn in rust. De NHG en KNGF stellen dat de diagnose klinisch gesteld kan worden op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek, zonder dat beeldvorming noodzakelijk is. Radiologische afwijkingen correleren slecht met de ernst van de klachten.
Greater trochanteric pain syndrome (GTPS) / bursitis trochanterica
GTPS is de meest voorkomende oorzaak van pijn aan de buitenzijde van de heup. Het omvat bursitis trochanterica en tendinopathie van de gluteus medius en minimus pezen. Kenmerkend is pijn aan de buitenzijde van de heup die verergert bij liggen op de aangedane zijde, bij traplopen en bij langdurig staan op een been. GTPS heeft een prevalentie van 10 tot 25 procent bij mensen boven de 50 jaar, met een duidelijk overwicht bij vrouwen.
Heupflexor syndroom (iliopsoassyndroom)
Chronische spanning of tendinopathie van de iliopsoas veroorzaakt pijn in de lies en de voorzijde van de heup, verergerd bij heupflexie. Bij actieve mensen en sporters kan een snappende of klikkende sensatie optreden bij heupflexie (coxa saltans of snappende heup). Het iliopsoassyndroom komt frequent voor bij mensen met een sterk zittend beroep of bij sporters die veel hardlopen of fietsen.
Heuplabrum laesie
Het acetabulaire labrum kan scheuren bij rotatieve belasting, diepe buiging of door structurele varianten zoals femoroacetabulaire inklemming (FAI). Labrumscheuren zijn veelal asymptomatisch op MRI, maar kunnen bij jonge actieve mensen pijn veroorzaken in de lies bij diepe heupflexie en rotatie. FAI is een bekende risicofactor voor vroegere artrose-ontwikkeling in de heup.
Heupfractuur bij ouderen
Een heupfractuur is een ernstige aandoening bij ouderen met osteoporose. Het RIVM rapporteert een incidentie van 32 per 10.000 mannen boven de 65 jaar en 84 per 10.000 vrouwen boven de 65 jaar. In vijf jaar tijd steeg het aantal heupfracturen in Nederland met 12 procent naar bijna 25.000 patienten per jaar (2017). Slechts 40 procent van de mensen die een heup breken is een jaar later weer even mobiel als daarvoor; een kwart overlijdt binnen een jaar.
Acuut hevige heuppijn na een val bij ouderen (vermoeden van heupfractuur) • onmogelijkheid om het been te bewegen of het gewicht te dragen • koorts gecombineerd met heuppijn (mogelijke septische artritis) • nachtpijn zonder verlichting • uitstraling naar het been met krachtverlies • onverklaard gewichtsverlies • voorgeschiedenis van maligniteit • klachten die na zes weken niet verbeteren.
Zes bewezen oefeningen voor de heup
Een systematische review met cumulatieve meta-analyse (Teirlinck et al., Erasmus MC/Universiteit van Sydney, 2023) analyseerde gerandomiseerde gecontroleerde studies en concludeerde dat oefentherapie bij heupartrose bewezen effectief is voor pijnreductie en functieverbetering, en superieur aan geen behandeling. Een meta-analyse van 77 RCTs met 6.472 deelnemers (Goh et al., 2019) bevestigde effectsizes voor pijn (ES 0,56), functie (ES 0,50) en kwaliteit van leven (ES 0,21) bij zowel heup- als knieartrose. Internationale richtlijnen (OARSI, NICE, ACR, KNGF) bevelen oefentherapie unaniem aan als eerstelijns kernbehandeling.
Ga op de buik liggen met gestrekte benen. Span de bilspieren aan en hef het gestrekte been enkele centimeters van de mat. Houd twee tot drie seconden vast op het hoogste punt en laat gecontroleerd zakken. De lumbale wervelkolom blijft in neutrale positie; compensatie via de rug wordt vermeden. Begin zonder gewicht en voeg progressief enkelbanden toe.
3 sets van 10 tot 12 herhalingen, 3 maal per weekGa op de zij liggen, het onderste been licht gebogen voor steun. Hef het bovenste been 30 tot 45 graden omhoog met de teen licht naar beneden (interne rotatie). Houd twee seconden vast en laat gecontroleerd zakken. De romp blijft stabiel en beweegt niet mee. Voeg progressief een weerstandsband toe bij de enkels naarmate de kracht toeneemt.
3 sets van 12 tot 15 herhalingen per zijde, 3 maal per weekSta rechtop naast een stoel voor steun, een weerstandsband om de enkels. Hef het buitenste been zijwaarts tot 30-40 graden. Houd het bekken stabiel en recht; de romp beweegt niet mee. Keer gecontroleerd terug. Voer de oefening langzaam uit in twee tot drie seconden omhoog en twee seconden terug. De knieen blijven licht gebogen.
3 sets van 12 herhalingen per zijde, 3 maal per weekSta rechtop, voeten op heupbreedte, licht uitgedraaid (15-20 graden). Buig de heupen en knieen langzaam tot maximaal 40 graden terwijl je de borst rechtop houdt. De knieen volgen de richting van de voeten. Duw via de hielen terug omhoog. Begin met steun van een stoel of toonbank. De bewegingsuitslag wordt vergroot naarmate de pijn afneemt.
3 sets van 10 tot 12 herhalingen, 3 maal per weekKniel op een knie op de vloer (gebruik een kussen voor comfort). Het andere been staat voor je met de voet plat op de grond. Schuif het bekken langzaam naar voren totdat je een rek voelt in de lies en de voorzijde van het heupgewricht van het kniebeen. Houd het bekken recht; kantel het niet. Houd 30 tot 45 seconden vast en herhaal aan de andere zijde.
3 sets van 30 tot 45 seconden per zijde, dagelijks uitvoerbaarBegin met 15 tot 20 minuten wandelen op vlak terrein bij een tempo waarbij de pijn maximaal een 3 op 10 bedraagt. Gebruik een wandelstok in de tegenovergestelde hand bij ernstige klachten (vermindert de heupbelasting met circa 15 tot 30 procent). Bouw wekelijks op met maximaal 10 procent extra tijd of afstand. Vlak, gelijkmatig terrein heeft de voorkeur boven heuvelachtig of ongelijk terrein in de beginfase.
Dagelijks 20 tot 30 minuten, rustig opbouwenWetenschappelijke kanttekening: Internationale richtlijnen (OARSI 2019, NICE 2022, KNGF 2018) zijn unaniem: oefentherapie is de eerstelijns kernbehandeling voor heupartrose, vóór pijnstillers en zeker vóór chirurgie. Een meta-analyse (Goh et al., 2019) bevestigde klinisch relevante effectsizes voor pijn en functie bij 77 RCTs met 6.472 deelnemers. Het type oefening is minder belangrijk dan de regelmaat en het progressieve karakter.
Heupfractuur bij ouderen: de meest gevreesde heupcomplicatie
Een heupfractuur is bij ouderen een van de ernstigste traumatische verwondingen. De gevolgen zijn ingrijpend: een kwart van de mensen met een heupfractuur overlijdt binnen een jaar, nog eens een kwart blijft permanent invalide, en slechts 40 procent keert terug naar het niveau van mobiliteit van voor de fractuur (RIVM). In vijf jaar tijd steeg het aantal heupfracturen in Nederland met 12 procent naar bijna 25.000 patienten per jaar in 2017 (Vektis). Deze trend zet door door de vergrijzing.
Prognose na een heupfractuur: de harde cijfers
De gevolgen van een heupfractuur zijn ernstiger dan de meeste mensen beseffen. Binnen een jaar na een heupfractuur overlijdt circa 25 procent van de patienten, mede als gevolg van complicaties zoals longontsteking, trombose en hartfalen door langdurige bedrust en operatiestress. Nog eens circa 25 procent blijft permanent invalide en verliest de zelfstandigheid. Slechts 40 procent keert terug naar het niveau van mobiliteit van voor de fractuur. Dit maakt heupfractuurpreventie een van de meest kosteneffectieve gezondheidsinvesteringen: valpreventie, osteoporosebehandeling en balanstraining voorkomen aantoonbaar heupfracturen bij ouderen.
Osteoporose als onderliggende oorzaak
Bij 65-plussers is osteoporose de dominante risicofactor voor heupfracturen. Het RIVM schat dat 6 procent van de mannen boven de 65 jaar en 22 procent van de vrouwen boven de 65 jaar osteoporose heeft. Slechts 6 procent van de 65-plussers in de huisartsenpraktijk is geregistreerd met osteoporose — een aanwijzing voor significante onderregistratie. Osteoporose is behandelbaar met bisfosfonaten en calcium/vitamine D-suppletie; tijdige behandeling halveert het heupfractuurrisico.
Valpreventie: wat werkt bewezen
Balanstraining is de meest effectieve valpreventieve interventie: tai chi, single-leg stand en tandemgang verminderen het valrisico bij ouderen met 20 tot 30 procent in gecontroleerde studies. Aanpassing van de woning (handgrepen, vloermatten verwijderen, goede verlichting) vermindert het valrisico met 15 tot 20 procent. Bisfosfonaatbehandeling bij osteoporose vermindert het heupfractuurrisico met 30 tot 50 procent. Vitamine D-suppletie bij deficientie (frequent bij ouderen in Nederland door beperkte zonblootstelling) vermindert het valrisico en het fractuurrisico.
Sectie 05 — BehandelingBehandelopties bij heuppijn
| Interventie | Aandoening | Bewijs-niveau | Aanbeveling NHG / KNGF |
|---|---|---|---|
| Oefentherapie (kracht + aerobe) | Heupartrose, GTPS | Hoog (77 RCTs, 6.472 pt) | Eerstelijns kernbehandeling |
| Gewichtsreductie | Heupartrose bij overgewicht | Hoog | Sterk aanbevolen |
| Patiënteducatie en zelfmanagement | Alle heupklachten | Hoog | Altijd onderdeel van behandeling |
| Wandelstok (contralateraal) | Ernstige heupartrose | Hoog biomechanisch bewijs | Aanbevolen bij loopbelemmering |
| NSAID-pijnstillers | Acuut GTPS, artrose | Matig | Kortdurend bij ernstige hinder |
| Intra-articulaire corticosteroidinjectie | Heupartrose, GTPS | Matig, kortdurend effect | Aanvullend na oefentherapie |
| Fysiotherapie / manuele therapie | Heupartrose, GTPS | Matig-hoog | Aanbevolen als aanvulling |
| Totale heupprothese (THP) | Ernstige heupartrose | Indicatie-afhankelijk | Na falen conservatief beleid (≥6 mnd) |
Stepped care bij heupartrose: de juiste zorg op het juiste moment
Het NHG, KNGF en de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) hanteren het principe van stepped care bij heupartrose: beginnen met de minst invasieve interventies en pas escaleren als deze onvoldoende effect hebben. De volgorde is: voorlichting en zelfmanagement, oefentherapie en gewichtsreductie, aanvullende pijnstilling, injecties, en pas als laatste chirurgie. Dit principe wordt ondersteund door meerdere internationale richtlijnen (OARSI 2019, NICE 2022) en voorkomt overbehandeling.
De wandelstok: de meest onderschatte biomechanische interventie
Een wandelstok in de hand tegenover de aangedane heup (contralateraal) vermindert de kracht op het heupgewricht met 15 tot 30 procent per stap. Het mechanisme: de wandelstok vergroot de hefboom waarmee het gewicht van de tegenovergestelde kant wordt ondersteund, waardoor het externe moment op het zieke heupgewricht afneemt. Een wandelstok aan de aangedane zijde heeft dit effect niet. Dit is een van de meest onderschatte en goedkoopste interventies bij heupartrose, maar wordt in de praktijk zelden correct uitgelegd aan patienten.
Corticosteroidinjectie: kortdurend maar zinvol
Een intra-articulaire corticosteroidinjectie in het heupgewricht geeft bij de meeste patienten kortdurende pijnverlichting van vier tot twaalf weken. De KNGF-richtlijn en OARSI-richtlijn bevelen dit aan als aanvulling op oefentherapie, niet als vervanging. Meer dan vier injecties per jaar in hetzelfde gewricht is niet aangewezen vanwege het risico op kraakbeenschade. Ultrasoundgeleide injectie heeft de voorkeur boven blinde injectie vanwege de accuratesse van de plaatsing.
Wanneer is een heupprothese de juiste keuze?
Een totale heupprothese (THP) is aangewezen bij ernstige heupartrose die onvoldoende reageert op minimaal zes maanden conservatief beleid, en gepaard gaat met significante pijn en functionele beperkingen in dagelijkse activiteiten. De uitkomsten van een THP zijn uitstekend: meer dan 90 procent van de patienten rapporteert significante pijnvermindering. De gemiddelde levensduur van een moderne keramisch-op-keramische of keramisch-op-polyethyleen prothese is meer dan 20 jaar. Nederland plaatst jaarlijks circa 30.000 heupprothesen. De timing is belangrijk: te vroeg opereren verhoogt het risico op een revisieoperatie; te lang wachten verlengt onnodig de pijnperiode en verslechtert het spiervolume preoperatief.
Wandelstok in de juiste hand: Een wandelstok in de hand tegenover de aangedane heup (contralateraal) vermindert de kracht op het heupgewricht met 15 tot 30 procent, doordat het externe hefboommoment op het gewricht wordt verkleind. Een wandelstok ipsilateraal (aan de aangedane kant) heeft dit effect niet en kan zelfs de belasting verhogen. Dit is een van de meest onderschatte biomechanische interventies bij heupartrose.
Heuppijn per doelgroep en preventie
| Doelgroep | Meest voorkomend type | Kenmerkende trigger | Preventie / aanpak |
|---|---|---|---|
| Jongvolwassenen (20-40 jr) / sporters | Labrumscheur, FAI, iliopsoassyndroom | Diepe heupflexie, rotatiebewegingen, hardlopen | Heupflexor stretchen, techniekanalyse, belasting opbouwen |
| Hardlopers | GTPS, iliopsoassyndroom | Te snelle toename trainingskilometers, heuvels | 10%-regel, gluteus medius versterken, loopanalyse |
| Middelbare leeftijd (45-65 jr) | Beginnende heupartrose, GTPS | Startpijn, stijfheid na rust, pijn bij traplopen | Gewichtsreductie, oefentherapie, wandelprogramma |
| Vrouwen 50+ (perimenopauze) | GTPS (2-3x vaker dan mannen) | Liggen op de aangedane zijde, traplopen | Gluteus medius versterken, slaaphouding aanpassen |
| Ouderen (70+) | Ernstige heupartrose, heupfractuurrisico | Belasting, valrisico, osteoporose | Valpreventie, balanstraining, heupprothese bij indicatie |
| Zwaarlijvige personen | Heupartrose versneld door gewicht | Elke stap; piekbelasting bij traplopen 3-5x gewicht | Gewichtsreductie prioriteit 1; fietsen en zwemmen verkiesbaar boven lopen |
Preventie: wat de wetenschap zegt
De KNGF-richtlijn Artrose heup-knie (2018) noemt als bewezen risicofactoren voor heupartrose: hoog BMI, vrouwelijk geslacht, hogere leeftijd, eerdere heuptrauma of -operatie, aangeboren of verworven heupafwijkingen (zoals dysplasie), en intensieve sportbeoefening met overmatige heupbelasting. Hoog BMI is de meest beïnvloedbare risicofactor. De GBD 2021 Osteoarthritis Collaborators berekenden dat 20,4 procent van alle artroseziektelast toe te schrijven is aan hoog BMI. Elke kilogram gewichtsreductie verlaagt de piekbelasting op het heupgewricht bij lopen met circa drie tot vijf kilogram per stap.
Fietsen en zwemmen als alternatief voor wandelen
Bij ernstige heupartrose waarbij wandelen te pijnlijk is, zijn fietsen en zwemmen uitstekende alternatieven. Fietsen belast het heupgewricht bij lage impact terwijl de heupspieren actief worden getraind. Zwemmen en aquajogging vermijden vrijwel alle gewichtsbelasting op het gewricht. Een Cochrane-review (Fransen et al., 2010) toonde dat zowel land- als waterbaseerde oefenprogramma's effectief zijn voor het verminderen van pijn en het verbeteren van functie bij heupartrose.
Sectie 07 — 4-weken programma4-weken opbouwprogramma voor de heup
Gebaseerd op de KNGF-richtlijn Artrose heup-knie (2018), de systematische review van Teirlinck et al. (Erasmus MC, 2023) en de meta-analyse van Goh et al. (2019, 77 RCTs). Pijn mag maximaal een 3 op 10 zijn tijdens de oefening.
Checklists: rode vlaggen en preventie
Rode vlaggen checklist heuppijn
Valpreventie bij heupklachten
Veelgestelde vragen over heuppijn
Heupartrose (coxartrose) veroorzaakt pijn diep in het gewricht, in de lies of de bilstreek, verergerd bij belasting en ochtendstijfheid. Greater trochanteric pain syndrome (GTPS) veroorzaakt pijn aan de buitenzijde van de heup ter hoogte van de trochanter major, verergerd bij liggen op de aangedane zijde en bij traplopen. Een eenvoudige manier om ze te onderscheiden: pijn in de lies wijst eerder op artrose of labrumproblematiek; pijn aan de buitenzijde van de heup op GTPS. Beide kunnen tegelijkertijd voorkomen.
Ja. Een meta-analyse van 77 RCTs met 6.472 deelnemers (Goh et al., 2019) toonde klinisch relevante effectsizes voor pijn (ES 0,56), functie (ES 0,50) en kwaliteit van leven (ES 0,21) bij oefentherapie voor heup- en knieartrose. Een systematische review met cumulatieve meta-analyse specifiek voor heupartrose (Teirlinck et al., Erasmus MC, 2023) bevestigde dat oefentherapie superieur is aan geen behandeling voor zowel pijn als functie op korte termijn en bij follow-up. Alle internationale richtlijnen bevelen oefentherapie aan als eerstelijns kernbehandeling, voor pijnstillers en chirurgie.
Een totale heupprothese (THP) is aangewezen bij ernstige heupartrose die onvoldoende reageert op minimaal zes maanden conservatief beleid (oefentherapie, gewichtsreductie, pijnstillers), en gepaard gaat met significante pijn en beperkingen in dagelijkse activiteiten. Nederland plaatst jaarlijks circa 30.000 heupprothesen. De uitkomsten van THP zijn uitstekend: meer dan 90 procent van de patienten rapporteert significante pijnvermindering en functieverbetering. De gemiddelde levensduur van een moderne heupprothese is meer dan 20 jaar.
Ja, en dit wordt door alle richtlijnen sterk aanbevolen. De KNGF-richtlijn adviseert minimaal dertig minuten per dag matig intensief bewegen, ook bij bestaande artrose. Fietsen, zwemmen en wandelen zijn de meest geschikte sporten omdat ze de gewrichten minimaal belasten terwijl de spieren actief worden getraind. Activiteiten met hoge impact zoals hardlopen of springen zijn minder geschikt bij ernstige artrose. De pijn mag tijdens de activiteit maximaal een 3 op 10 bedragen en mag daarna niet meer dan 24 uur verhoogd zijn.
De NHG en KNGF stellen dat de diagnose heupartrose klinisch gesteld kan worden op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek, zonder beeldvorming. Radiologische afwijkingen correleren slecht met de ernst van klachten. Beeldvorming is wel aangewezen bij verdenking op rode vlaggen (fractuur, infectie, maligniteit), bij twijfel over de diagnose of bij overweging van chirurgie.
Een wandelstok in de hand tegenover de aangedane heup (contralateraal) vermindert de kracht op het heupgewricht met 15 tot 30 procent per stap. Dit effect treedt op doordat het externe moment op het gewricht wordt verkleind: de wandelstok vergroot de hefboom waarmee de abductoren de bekkendaling stabiliseren. Een wandelstok aan de aangedane zijde heeft dit effect niet. De KNGF-richtlijn beveelt gebruik van een wandelstok contralateraal aan bij significante loopbelemmeringen door heupartrose.
Bronnen en referenties
- NHG. Klachten verdacht voor heupartrose in de huisartspraktijk. richtlijnen.nhg.org
- KNGF-richtlijn Artrose heup-knie. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, 2018. kennisplatformfysiotherapie.nl
- Arslan IG. Knee and hip osteoarthritis in general practice. Proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam, 2022. nivel.nl
- RIVM / KAB-studie. Klachten van het bewegingsapparaat in de Nederlandse bevolking. rivm.nl
- VZinfo.nl / RIVM. Artrose: leeftijd en geslacht 2024. vzinfo.nl
- GBD 2021 Osteoarthritis Collaborators. Global, regional, and national burden of osteoarthritis, 1990-2020 and projections to 2050. Lancet Rheumatol. 2023;5(9):e508-e522. PMID: 37675071
- Teirlinck CH, Verhagen AP, van Middelkoop M, Bierma-Zeinstra SM, et al. Effect of exercise therapy in patients with hip osteoarthritis: A systematic review and cumulative meta-analysis. Osteoarthr Cartil Open. 2023;5(1):100338. PMC9932106
- Goh SL, Persson MSM, Stocks J, et al. Efficacy and potential determinants of exercise therapy in knee and hip osteoarthritis (77 RCTs, 6.472 pt). Semin Arthritis Rheum. 2019;49(3):421-428.
- Fransen M, McConnell S, Hernandez-Molina G, Reichenbach S. Does land-based exercise reduce pain and disability associated with hip osteoarthritis? Osteoarthritis Cartilage. 2010;18(5):613-620.
- Vektis / Huisartsgeneeskunde. Aantal gebroken heupen bij ouderen in vijf jaar met 12 procent gestegen. 2020. huisarts.bsl.nl
- RIVM. Factsheet osteoporose en heupfracturen. rivm.nl
- Quicke JG, Runhaar J, van der Windt DA, et al. Moderators of the effects of therapeutic exercise for people with knee and hip osteoarthritis. Lancet Rheumatol. 2023. Lancet Rheumatol 2023
- Bannuru RR, Osani MC, et al. OARSI guidelines for the non-surgical management of knee, hip, and polyarticular osteoarthritis. Osteoarthritis Cartilage. 2019;27:1578-1589.
- PMC12574940. Comparing Osteoarthritis Burden Across Central, Eastern, and Western Europe (1990-2021). GBD 2021 data. PMC12574940
- Christofides I, et al. Prevalence of hip and knee osteoarthritis in Europe: a systematic review. BMC Musculoskelet Disord. 2026. PMID: 41578252
- Vektis / Huisartsgeneeskunde. Aantal gebroken heupen bij ouderen in vijf jaar met 12% gestegen. 2020. huisarts.bsl.nl
